
Grote Meid & Kleine Meid, zo heten ze nu. Grote Meid doet raar. Het ene moment wil ze aangehaald worden en dan ineens begint ze te happen. Van de slager hoor ik dat ze twee hersenvliesontstekingen achter de rug heeft. Haar ogen staan ook wat schelig.
En Kleine Meid? Die is inderdaad in de ban van Grote Meid. Wat dat betreft is hun gezamenlijke komst naar Het Beloofde Varkensland een groot succes. Maar Brody heeft er geen klap aan. Zijn territorium grenst aan het terrein van de Slagersmeiden. Hij laat zich, op een eerste poging na, niet meer in hun buurt zien. Foute boel, zie je hem denken. Gelijk heeft ie. Dat kan maanden gaan duren voor ze hem accepteren.
Brody brengt zijn dagen door in de binnentuin in het gezelschap van Goudhaantje. Wroeten, wat rommelen, lekker in het zonnetje liggen. Maar Goudhaantje is geen varken. Ze spreken elkaars taal niet.
Wie dan wel? Ik begin aan een Kune Kune varkentje te denken. Op Marktplaats valt mijn oog op iets opmerkelijks: ‘Het biggetje op foto 7 kost 40 euro in plaats van 100, want daar zit een verhaal aan vast.’
Er staat een bibberend biggetje op ons te wachten. Tien weken oud. Maar drie weken had ik ook geloofd. Mijn vermoeden komt uit: met de castratie van dit biggetje is het gruwelijk misgegaan. ‘Heel handig, onze achterbuurman is varkensboer, de veearts heeft het daar gedaan.’
Maar dit doodsbange biggetje bleek een binnenbeertje. Een klus voor een gespecialiseerde dierenarts. ‘Een paar weken later hebben we het weer geprobeerd. Weer mislukt.’ De hobbyfokker vertelt het lachend.
We nemen het stakkertje mee. De volgende ochtend probeer ik voorzichtig een gezamenlijk ontbijtje bij Brody. Die doet of hij gek is, maar al voor de middag is die zachtaardige Brody veranderd in een uitzinnig jaloers monster. Hij probeert zelfs zijn eigen Carrie te bijten.
Die avond krijg ik een telefoontje. Boerenbontje is in Uithoorn gesignaleerd! De zus van Kareltje en Siepert is al meer dan een jaar vermist. Onmiddellijk er op af maar hoe moet het dan met de Kune Kune Koentje? Bofkontboerin Hanny komt oppassen. Heel Uithoorn schijnt Boerenbontje gezien te hebben, maar waar is ze dan? Daar in die nieuwbouwwijk, wijst een man. Dat wordt posten in de bofkontbus, samen met bofkontboer Dennis. Na twee dagen en twee doorwaakte nachten zijn we gaar. Geen Boerenbontje. Terug naar die man. ‘Wacht, ik heb een foto,’ zegt hij. Hij laat een leuke foto zien van een leuk katje. Maar dat katje is Boerenbontje niet. In geen duizend jaar.
En nieuwkomertje Koentje? Brody moet ‘em niet. En dan rijden we weer naar het andere eind van het land. De verre ‘hobbyfokker’ heeft nog wat biggen over uit hetzelfde nest. We kopen Grote Broer. Ik lijk wel gek. Meedoen aan die gekte van minivarkens fokken. Maar was er keus? Brody moest gered. Grote Meid kwam voor Brody. Kleine Meid kwam noodgedwongen mee. Koentje kwam voor Brody. Grote Broer kwam voor Koentje. En ineens heb je er vijf varkens bij. En is het eenzaamheidsprobleem van Brody nu opgelost? Nee. Ik neem me voor om geen mails meer te openen met het subject ‘varkens redden’.
Copyright Dafne Westerhof / Het Beloofde Varkensland
https://familiebofkont.nl/boek-bestellen