Brutus
 360 kilo varkensgeluk

Brutus

Op Dierendag 2005 sta ik ‘s ochtends in een slagerij voor de toonbank. ‘Wat mag het zijn’, vraagt de slager als ik aan de beurt ben. ‘Brutus. Ik wil graag Brutus van u kopen. In levende lijve. Wat moet ie kosten?’

Als de slager uitgelachen is, mag ik mee naar achter. Plaatsje, tuintje, hok. En een gigavarken, van kop tot staart zowat klem in zijn onderkomen. Hij komt er nieuwsgierig uit. ‘360 kilo,’ zegt de slager trots en voor de gelegenheid mag Brutus op het gras. Hij boort zijn neus meteen de aarde in.

‘Hij is al verkocht’, vervolgt de slager. ‘Mijn klanten hebben zijn vleespakketten al besteld. Volgende maand wordt hij geslacht. Hoe wist je trouwens van zijn bestaan af ?’ Ik vertel over een roodgloeiende telefoon nadat hij met Brutus op televisie was bij Catherine Keyl. Daar ging het over zijn goddelijke vlees en in november zou Brutus aan de haak hangen. ‘Die klootzak gaat zijn eigen varken slachten,’ snuiven de bellers verontwaardigd. ‘Allicht,’ is mijn reactie, daar is hij slager voor. ‘Eet ú vlees?,’ vraag ik vervolgens. Dat blijkt in alle gevallen zo te zijn. Maar voor een varken met een naam gelden kennelijk andere regels.

Ik vertel de slager over Het Beloofde Varkensland en de School voor Dierenliefde die ik aan het oprichten ben in Amsterdam. Brutus kan daar een mooie rol in gaan spelen. Terug in de winkel krijg ik een stukje worst. ‘Hier proef maar. Van mijn vorige varken. Daar heb ik een prijs mee gewonnen.’ De slager wijst naar een oorkonde aan de wand. Ik wikkel het stukje worst in een servetje. ‘Lekker, dankuwel. Ik bewaar het voor straks op brood.’

‘Wat heb je met die worst gedaan?’ lacht Theodor Holman, als ik het hele verhaal ‘s avonds aan hem vertel. Ik ben zijn gast in het Parooltheater. ‘Wat denk je? Aan de poezen natuurlijk. Het is toch Dierendag?’ Ik laat foto’s van de enorme Brutus zien. Het publiek is onder de indruk.

De maandag daarop komen de slager en zijn vrouw op Het Beloofde Varkensland kijken. ‘Meid, wat een plek. Wat zou ik hier zelf graag zitten. Een paar varkens lekker buiten en hun vlees aan huis verkopen.’

De slager stemt toe. ‘Maar ik doe het niet voor niks.’ Natuurlijk niet. Daar was ik ook helemaal niet op uit. ‘Wat dacht je van 1000 euro? En hoe vertel ik dit aan mijn klanten?’ ‘Als ik ze dat nou eens zelf vertel,’ stel ik voor. ‘Ik ga gewoon achter de toonbank staan en vraag of ze een stukje levende Brutus willen kopen in plaats van een pond hamlappen.’

D. verdeelt Brutus op internet in stukken en de verkoop kan beginnen. Zijn billen zijn ‘t eerst weg. Dan zijn mooie oren. Maar het geheime varkensplekje, de V-spot, brengt het meest op. Giel Beelen wordt de gelukkige. En zo sprokkel ik de 1000 euro bij mekaar. Commentaar in de kranten: geweldige actie of belachelijk gedoe. Met alle gulle gevers gaan we Brutus ophalen. Het wordt een feestelijke bijeenkomst. Greet, de hartelijke slagersvrouw, zorgt voor koffie en schalen lekkers in het werkplaatsje naast de rookoven. Het ruikt er verrukkelijk, om flauw van te vallen. Ik steek gauw een marsepeinen varkenskopje in mijn mond. Ook lekker. Dan nog een wandeling met Brutus door het dorp. Brutus blijft leven. Een dag om nooit te vergeten.



uit het Familie Bofkont boek – 36ste druk
Copyright Dafne Westerhof / Het Beloofde Varkensland

Het Familie Bofkont boek bestellen?
https://familiebofkont.nl/boek-bestellen/