Billie Bofkont & Bessie
 ouderwetse mannenonderbroek

Billie Bofkont & Bessie

‘En nu heb ik er nog twee over,’ zegt de vrouw aan de telefoon. ‘Heb jij daar misschien een plekje voor?’ Er volgt een heel verhaal over loslopende hangbuikzwijntjes in een Gronings bos. Vader en moeder hangbuik zijn er gedumpt, en daarna zijn er elf biggetjes op het mos geboren.

De varkensfamilie wordt een attractie voor wandelaars. Ze scheuren met hun auto’s het bospad op, slaan de portieren dicht en rennen achter de biggen aan. ‘Maar ze weten niet hoe varkens zijn,’ ratelt de vrouw door. ‘Ze worden er panisch van. En je krijgt ze zo nooit te pakken.’

En dan komt er een uitgebreid en gedetailleerd relaas hoe het haar met veel kunst en vliegwerk wel gelukt is. Meerdere biggetjes hebben het niet overleefd, die stormden zo de autoweg op. ‘Waarom konden ze dan niet in dat bos blijven?’ vraag ik. ‘Daar zaten ze toch goed?’ Maar de zwijntjes woelden de bermen om en dat mocht niet van de boswachter.

Moet ik dit wel doen? De kalfjes zijn er nog maar pas en er zullen zeker ook nog varkens komen, maar dan als roze biggetje bij de boer vandaan. Dit zijn geen opeetvarkens. Maar als ik in Groningen ben bij mijn jarige broer, ga ik toch even naar de hangbuikjes kijken. Als ik die slimme bruine oogjes zie, ben ik verkocht. Vooral het mannetje. Net mensenogen, ze zijn gewoon bezield. Broer en zus liggen van elkaar gescheiden in een ijskoude schuur. Waarom niet lekker warm tegen mekaar aan?

Ik mag het beertje een partje mandarijn geven. Heel voorzichtig met uitgestrekte arm. Als ik een mens hoor smakken, krijg ik altijd moordneigingen, maar dit gesmiksmek klinkt me als muziek in de oren. Billie Bofkont. Zo moet hij heten. En zijn zus Bessie. Een zwarte beauty met witte sokjes aan. Billie draagt zo’n ouderwetse mannenonderbroek, opgesjord tot onder de oksels. Roze buik en benen en een zwarte jas.

Een week later haal ik ze op. Trouwe helper Dennis neemt een snipperdag van zijn werk op de Amerikaanse ambassade en gaat mee. Het is een heel eind rijden door het grijze herfstweer en twee weten meer dan een tijdens mijn eerste varkensvervoer. Op de terugweg praat ik tegen de zwijntjes aan om ze gerust te stellen. Af en toe hoor ik wat geritsel uit een van de biggenkisten, maar er komt geen antwoord.

‘Hou ze voorlopig van elkaar gescheiden,’ heeft de vrouw gezegd. ‘Dan wennen ze beter aan mensen.’ Wat weet ik van varkens? Niet meer dan de varkenslessen op de boerenschool. Maar daar ging het altijd over productie en levend en geslacht gewicht. Niet over Billies en Bessies die hun levenlang bij je blijven. Ik heb de vrouw dan ook de oren van haar hoofd gevraagd. Wat moeten ze eten? Hoe moet hun ontlasting er uit zien? Hoe zit het met hoefverzorging?

Tegen m’n gevoel in zet ik een schot in de berg stro om de biggen uit elkaar te houden. De volgende ochtend liggen ze stijf tegen elkaar aan. Warm, knus en veilig. Het tussenschot ligt een eind verderop. Nu hebben ze me helemaal. Wat een beessies! Niks apart van elkaar houden, van mij mogen ze bij elkaar. Meteen.

Zijn ze voorlopig schuw? Dan zijn ze maar schuw. Willen ze nog niet aangeraakt worden? Dan willen ze maar niet aangeraakt worden. Het komt vast allemaal wel goed. Billie wordt rustig van de liedjes die ik ‘s avonds voor ze zing, al blijft hij schrikken van dichtslaande autoportieren. En ik word ontgroend. Die prachtige kamerlinde? Niets meer van over. Die tray catmilk? Wat hebben die biggen toch ineens een dikke buik. En waar is die zak appels toch gebleven?


uit het Familie Bofkont Boek – 32ste druk
Copyright Dafne Westerhof / Het Beloofde Varkensland

Familie Bofkont Boek bestellen? mail@FamilieBofkont.nl
Cadeau krijgen? https://FamilieBofkont.nl/vriend