Jannemannen
 boer wat zeg je van m’n kippen

kuikentjes hand dafne westerhof snipperhaantjes

Van plofkippen worden zowel de hennetjes als de haantjes gegeten. Bij legkippen is dat anders. De haantjes worden na hun geboorte versnipperd. Zij hebben geen waarde want ze kunnen geen eieren gaan leggen.

We zijn onderweg naar de grootste kuikenbroederij van Nederland. Een fabriek waar per week 2 miljoen eieren uitgebroed worden van het legkippenras. De helft van de geboren kuikentjes is haantje. Iedere week worden daar dus 1 miljoen haantjes vergast of versnipperd. Ze worden dan ook snipperhaantjes genoemd.

Over twee dagen is het Pasen. Via via heb ik zes kuikentjes kunnen bestellen, die vandaag – 22 april 2011 – uit het ei gekropen zijn, evenals die ontelbare andere haantjes. En niet te vergeten hun zusjes ook nog natuurlijk.

Een kale vlakte, ergens op een industrieterrein buiten Zeewolde. In de verte zien we de fabrieksgebouwen al oprijzen. Alles is van enorme afmetingen. Ook de gigantische vrachtwagencombinatie die met draaiende motor voor de receptie staat. Ik loop langs de truck. Wat hoor ik daar toch? Het duurt even voor ik het geluid kan thuisbrengen.

Maar dan weet ik het: dit is gepiep van kuikentjes. Niet het angstige geroep van eentje die z’n scharrelende moeder even uit het oog verloren is, maar het panische piepen van een ontelbare massa kuikentjes die moederloos in een fabriek ter wereld gekomen zijn.

Deze kuikentjes kunnen roepen wat ze willen maar moeder zal nooit antwoorden. Dan komt de chauffeur de receptie uit met een stel pakbonnen in zijn hand. Hij springt de cabine in, draait zijn gevaarte het terrein af en geeft gas. Daar gaan de zussen van mijn snipperhaantjes. Waarheen? Hoever? Een ding is zeker: ze gaan naar pluimveehouders, ergens op de wereld. Daar zullen ze uit de kratten gekieperd worden en over vier maanden hun eerste ei gaan leggen.

Bij de receptie vraag ik om mijn zes haantjes. De jongens kijken mekaar even aan, eentje duikt weg achter een kast en komt terug met een trieste mededeling. ‘Ze zijn helaas net gestorven.’ Maar het volgende moment liggen ze in een deuk en kan ik 60 eurocent afrekenen. Een duppie per stuk.

Bij de afhaalbalie hebben ze haast. Het is vrijdagmiddag en er staan nog een stuk of wat wachtenden voor me. De bestellingen worden in rap tempo afgehandeld. Een man krijgt een transparante vuilniszak vol dode kuikentjes aangereikt. ‘Voor de dierentuin,’ verklaart hij, als hij mijn blik opvangt.

Dan ben ik aan de beurt. Het is even zoeken. Waar staat dat doosje ook alweer? En dan komt de magazijnmedewerker met een klein wit doosje aanzetten. Met een stukje plakband zit er een briefje op de deksel geplakt. Afhalen door familie bofkont, staat er op. ‘Nou veel plezier met familie bofkont,’ lacht de magazijnmedewerker. ‘En prettige Paasdagen.’

Het doosje weegt niks, maar maakt des te meer geluid. In de bofkontbus leg ik de zes piepende bolletjes voorzichtig in een mand. Als ik zo’n fabriekskuikentje was, wat zou ik dan willen? Ik laat mijn geopende linkerhand voorzichtig naar beneden zakken. Onmiddellijk zoeken de snipperhaantjes contact en beschutting, eentje kruipt zelfs in mijn mouw. Eindelijk! Daar is moeder! En dan is het stil.



uit het Familie Bofkont Boek – 33ste druk
Copyright Dafne Westerhof / Het Beloofde Varkensland

Het Familie Bofkont Boek is te bestellen via
https://familiebofkont.nl/boek-bestellen